Lofrede Gouden Ganzenveer 2009

Op donderdag 16 april kreeg Adriaan van Dis de Gouden Ganzenveer uitgereikt. De Gouden Ganzenveer wordt – zo mogelijk – jaarlijks uitgereikt aan een persoon of instituut vanwege zijn of haar grote betekenis voor het geschreven en gedrukte woord in Nederland. Lees hieronder de laudatio voor Adriaan van Dis.

Veelzijdigheid is wat de nu acht laureaten van de Gouden Ganzenveer met elkaar verbindt. Veelzijdig zijn ze in het gebruik van de media waar ze zich van bedienen, veelzijdig in de rollen die ze in de verschillende media spelen, veelzijdig ook in de keuze van hun onderwerpen. Dat geldt zeker voor de laureaat van 2009, Adriaan van Dis, die bekend en geliefd is als romanschrijver, als essayist en als programmamaker.


Vergeten worden daarbij meestal de jaren dat hij als chef-redacteur van het zaterdagbijvoegsel van NRC-Handelsblad werkzaam was en als zodanig richting gaf aan deze krant, en de jaren dat hij redacteur was van het oudste nog bestaande literaire tijdschrift van Nederland, De Gids.
De Adriaan van Dis, zoals het publiek hem heeft leren kennen, trad in 1983 naar voren - als presentator van het VPRO- televisieprogramma ‘Hier is ….Adriaan van Dis’ en als auteur van de novelle Nathan Sid, een bewerking van stukken uit NRC-Handelsblad. Een jonge debutant en snelle starter was hij niet, want in 1983 werd hij 37 jaar. Het had ook allemaal heel anders kunnen lopen, want de novelle wilde hij eigenlijk niet publiceren en als presentator was hij aanvankelijk niet voorzien, ook al wilde hij zelf wel graag.


De rest is geschiedenis, heet het dan. Dat is zo, maar toch, met genoeg talent, innerlijke drang en doorzettingsvermogen word je wel een goed auteur en ooit zou de eerste roman er dan wel gekomen zijn, maar bij televisie heb je de loop der dingen toch minder in de hand. Schrijven doe je uiteindelijk zelf. Verschijnen op televisie als presentator en interviewer is toch afhankelijk van het besluit van anderen en zelfs van het toeval. Talent, al is dat dan een heel ander talent dan dat van de schrijver, is ook hier belangrijk, maar bij dit medium bepaalt het publiek of er ook een toekomst voor de presentator en zijn programma is weggelegd. Als een boek niet goed wordt ontvangen, is er met een volgend boek en een coulante uitgever altijd weer revanche mogelijk. Als een debuut op televisie niet aanslaat, volgt meestal geen herkansing meer.


Maar inderdaad, de rest is geschiedenis, beter gezegd, heeft geschiedenis gemaakt. ‘Hier is …Adriaan van Dis’ bleef tien jaar lang een succesvol programma, het meest spraakmakende programma over boeken en schrijvers dat de Nederlandse televisie ooit gekend heeft en dat dan ook nog nooit geëvenaard is. Voor wie het nooit gezien heeft, is er een box met 10 DVD’s verkrijgbaar, waardoor het mogelijk is twintig jaar na dato voor jezelf dertig spannende televisieavonden te maken. Hugo Claus kwam langs, en Willem Frederik Hermans, maar ook V.S. Naipaul, Redmond O’Hanlon en natuurlijk Annie Cohen Solal. In totaal waren er tweehonderd afleveringen van gesprekken met sindsdien succesvol geworden auteurs,  interviews met inmiddels overleden literaire grootheden en natuurlijk ook kennismakingen met schrijvers die alweer vergeten zijn.


Adriaan van Dis koos er zelf voor om met het programma te stoppen en zich vooral op het schrijven te gaan richten. In de jaren tachtig was al de roman Zilver of het verlies van de onschuld verschenen, had hij twee toneelstukken geschreven en zijn ervaringen in Afrika omgewerkt tot twee bijzondere reisromans. Op televisie zou hij pas tien jaar later weer terugkeren als gastheer van ‘Zomergasten’ en meer recent nog als een heel bijzondere reiziger in het land waarvan hij de taal spreekt en liefheeft: Zuid-Afrika. ‘Van Dis in Afrika’ bracht het land, zijn bevolking, zijn tragische geschiedenis en zijn zeer onzekere toekomst voor het eerst echt dichtbij. Van de afstandelijkheid die Adriaan van Dis wel aangewreven wordt, was in de gesprekken en ontmoetingen in Afrika niets te merken. Niemand zal ooit de beelden vergeten waarin Van Dis letterlijk ziek werd van de situatie. De onbereikbaarheid en soms zelfs de onbegrijpelijkheid van het leven aan letterlijk de andere kant van de wereld kwam des te harder aan.


Een nieuwe roman van Adriaan van Dis is een belevenis in de Nederlandse literaire wereld. Dat geldt zeker voor zijn laatste roman, De wandelaar. Daarin leert mijnheer Mulder met zijn aangenomen hond het ‘andere’ Parijs, de wereld van de armen, de asielzoekers en de achterbuurten, kennen. Het heeft inmiddels al de status van een klassiek werk verworven. De naamgeving hier is veelzeggend: Mulder was de  naam van de ontheemde vader van Adriaan van Dis.  In De wandelaar zijn thema’s uit het eigen leven van Adriaan van Dis te herkennen, zoals ook in zijn andere romans, Indische duinen, Familieziek of Dubbelliefde, zonder dat de romans daardoor ook meteen autobiografisch worden. Naar voren springt vooral het thema van de buitenstaander, die weet dat wát hij ook doet, hij altijd anders en de ander zal blijven. Het gemak van de gevestigde, die een vanzelfsprekende verbondenheid heeft met een wereld waar hij niet naar toe is gebracht, zoals de buitenstaander, maar die hém heeft voortgebracht en die hij weer verder zal brengen, dat gemak is de buitenstaander nooit gegeven, hoezeer hij ook zijn best doet. Uiteindelijk houdt de buitenstaander ook niet echt van die wereld waar hij wel en niet bij wil horen en ziet hij juist als buitenstaander maar al te goed bij de gevestigden de zelfvoldaanheid, het gebrek aan zelfinzicht en het ontbreken van twijfel.


Er is hier zeker sprake van een paradox, ook in het leven en de persoon van Adriaan van Dis zelf. De buitenstaander presenteert zich vaak en eigenlijk ook wél graag als gevestigde, als kenner juist ook van wat het gevestigd zijn inhoudt. De twijfel hult zich warm in de mantel van de zekerheid en draagt de hoed van superioriteit met zwier. Dat is een spel dat de gevestigde niet kent en ook niet herkent. Voor hem is het ernst wat hij ziet,  en dat boezemt respect en zelfs wat angst in. Van Adriaan van Dis is zo het beeld van de kosmopoliet ontstaan, van de deftige burger, verfijnd en fijnzinnig, charmant en arrogant tegelijk, chic en erudiet. Alles gesymboliseerd in een voor Nederlandse begrippen bijna oververzorgde presentatie en een uiterst delicaat gebruik van de taal. Een schijn van gevestigheid…


Wie goed naar zijn literaire werk kijkt, valt echter op dat het allemaal zo helder en eenvoudig is. De zorgvuldigheid staat in dienst van de transparantie van de tekst, die nooit nodeloos ingewikkeld wordt , maar ook niet vervalt in frivoliteiten of mank gaat aan de gemakzucht van het effect. Er zijn talloze zinnen in zijn werk aanwijsbaar die als kroonjuwelen in de schijnwerpers gezet kunnen worden en de briljantie en helderheid van de diamant combineren. Een paar voorbeelden: het begin van het essay `Leugenland’ in Leeftocht: [269] `Geen valser vriend dan de herinnering’. Of deze uit Dubbelliefde [126] `Paste ik me niet altijd aan, deed ik niet precies wat het decor van mij verlangde?’ Ook de volgende passage uit De wandelaar is huiveringwekkend in de simpele constatering: `Buiten, op een van de pilaren in het voorportaal van de kerk, hingen drie rouwberichten, drie namen met een kruis erboven. Een man, een vrouw en hun kind, Goed voor drie begrafenissen en één mis.’[37]. Even verderop, als de hoofdpersoon op zoek gaat naar een moskee: `Hij had een minaret verwacht, maar Allah moest het met een schoorsteen doen.’ Ernst en eenvoud zijn in zijn werk een gelukkige combinatie aangegaan. Dat heeft hem tot een schrijver gemaakt die geliefd is bij een groot publiek en waardering geniet in de kritiek. Juist in die helderheid zit de blik van de buitenstaander.


Het schrijverschap heeft hem vele prijzen gebracht – een Gouden Uil, een Gouden Ezelsoor en dit jaar dus ook de Gouden Ganzenveer naast de E.du Perronprijs. Eer is er ook geweest voor zijn televisiewerk. Een Nipkowschijf voor ‘Hier is ..Adriaan van Dis’ en heel recent nog een Nipkowschijf voor ‘Van Dis in Afrika’. Steeds gaat het om zeer persoonlijke en zeer zorgvuldig gemaakte programma’s waarin de rol van presentator en interviewer het eindpunt is van een lang proces van verdieping in het onderwerp. Dat voelt de kijker ook. Hier is niet iemand aan het woord met een door anderen bedachte tekst, hier vormen tekst, beeld en geluid een eenheid die met de naam van de maker gesymboliseerd wordt in de titel van het programma.


Heel in het begin, voor zijn vertrek naar Parijs,  is Adriaan van Dis ook lid geweest van de Academie de Gouden Ganzenveer. We zijn er trots op hem dit jaar als laureaat in ons midden te hebben. In hem eren wij een man die als schrijver en als programmamaker inmiddels vele malen bewezen heeft dat kwaliteit herkend en gewaardeerd wordt, door lezers en kijkers. Juist in een tijd en in een medium waarin het populaire en het populistische het pleit lijken te hebben gewonnen, is een recent programma als ‘Van Dis in Afrika’ het bewijs dat het ook anders kan. En in een tijd waarin de vraag naar de geëngageerde roman weer klinkt, is het antwoord al gegeven in de aangrijpende roman De wandelaar, over de tragiek van de nieuwe Europeanen. Kwaliteit hoeft niet elitair te zijn – als kwaliteit helder en betrokken is, in woorden, in beelden, dan wordt die vanzelf populair.     


De Gouden Ganzenveer is bedoeld voor wie in zijn of haar werk de plaats van het geschreven en gedrukte woord in een multimediale samenleving hoog weet te houden. Adriaan van Dis laat in zijn werk, in zijn boeken zowel als in zijn programma’s, steeds weer zien dat bij alle verschillen tussen de media het toch mogelijk is een gelijk hoog niveau van kwaliteit en betrokkenheid te handhaven. Dat is zeldzaam, in Nederland, maar ook daarbuiten. Wie al zo lang, zo goed en zo zorgvuldig gebruik weet te maken van de mogelijkheden van elk medium, komt de Gouden Ganzenveer meer dan toe.