Lezing Gouden Ganzenveer
Tijdens de uitreiking van de Gouden Ganzenveer op donderdag 16 april 09 sprak Adriaan van Dis een lezing uit. De onderstaande lezing is een bekorte versie, reeds gepubliceerd in de Volkskrant op 17 april 2009.
Een veer tussen Noord en Zuid
Door Adriaan van Dis
De treinreis tussen Kaapstad en Stellenbosch is vol avontuur. Bijna dagelijks stappen jeugdbendes in en beroven tussen twee stations de passagiers. Ik nam die trein. Met opzet. Honderd rand mug money in de broekzak. Je moet dieven niet teleurstellen. Ik had een eersteklaskaartje gekocht, lager zitten kon altijd nog. Voor het vertrek werd mijn coupé aangeveegd door een dikke, trage schoonmaakster. Ze trok een stok onder een bank vandaan en gaf hem aan mij. Take care, zei ze. Het was een stevige stok, heuphoog, met gemene punten in de bast - gesnoeide zijloten. Ik hield hem als een sabel in de hand en aanvaardde de reis. Honderden passagiers liepen langs mijn raampje, niemand stapte bij me in en dat beviel me niets. Twee stations verder verhuisde ik naar de overvolle tweede klas - om minder kwetsbaar te zijn. Ik was de enige blanke. Vermoedelijk de enige in de hele trein.
Getatoeëerde jongens kwamen binnen. Ongure types met nummers op de armen: 26, 28. Versieringen die suggereerden dat ze lid waren van The Numbers, een Kaapse gevangenisbende waar de kranten veel over schrijven. Wie zo’n nummer draagt laat de buitenwereld zien dat misdaad zijn roeping is – de tatoeage is een contract voor eeuwige trouw. De jongens werden vergezeld door mooie meisjes. Ze keken minachtend naar mijn stok, maar deden niks. Misschien waren de tatoeages bluf of hielden ze zich in dankzij hun meisjes. Er werd geen passagier beroofd in de anderhalf uur tussen Kaapstad en Stellenbosch.
Goed voor mijn medereizigers. Jammer voor mij. Als schrijver wil je wat meemaken. Maar de reis en de spanning waren inspirerend genoeg voor het onderzoek dat ik verricht voor mijn volgende roman, die zich in Zuid-Afrika afspeelt. Wat me ook inspireerde waren de herinneringen aan eerdere tochten op hetzelfde traject. Najaar 1973 studeerde ik in Stellenbosch. Wit en zwart reisden toen nog apart. Het was in die tijd heel wat schoner op de stations dan nu, geen graffiti, en veiliger – voor een blanke. Soms passeerden er wagons vol zwarte mensen en reden we raam aan raam – heel langzaam. We konden bij elkaar naar binnen kijken. Ik zal de ogen van die zwarte mensen nooit vergeten. Ik zag misprijzen in hun blik. Haat. Maar misschien was het gewoon afgunst of bewondering. Of de lege blik van vermoeide mensen. Ogen kunnen bedriegen.
Maar vandaag de dag moet je je ogen in je zak hebben als je niet ziet dat Zuid-Afrika een extreem gewelddadige samenleving is. Het bloed spat in je gezicht als je er ’s morgens de krant leest. Het bloed van een scholier die zijn mobiele telefoon niet wou afgeven en een kogel door zijn kop kreeg. Het bloed van een driejarige kleuter wiens balletjes waren afgesneden omdat een bijgelovig zakenman het scrotum nodig had als ritueel offer voor zijn toverdokter – moord brengt zelfs geluk in zaken. Het bloed van de student die op klaarlichte dag in een park met negen messteken om het leven was gebracht – zomaar. Het bloed dat vloeit in de taxioorlogen. Het bloed van duizenden verkrachte vrouwen én mannen. Ja, de krant in Zuid-Afrika vraagt om een sterke maag.
Maar als de moorden je te veel worden, kun je je altijd nog verlustigen aan verhalen over machthebbers die stelen, bedriegen, staatsapparaten manipuleren en rechters omkopen. Je kan er zelfs president mee worden. (Italiaans voorbeeld doet volgen.)
En wat te denken van het schoolhoofd dat drugs aan zijn leerlingen verkocht, of het verhaal van een schoolmeisje dat op weg naar huis in handen van een jeugdbende viel en door hen werd verkracht; toen de bende haar na een week liet gaan en het slachtoffer zich verdwaasd bij een politiepost meldde, liet een agent haar in een cel tot rust te komen – maar van slapen kwam niet veel: ze werd die nacht veelvuldig door agenten en bewakers in haar kont geneukt…
In de eerste broze vijftien jaren van de Zuid-Afrikaanse democratie is vooral de angst gedemocratiseerd. In de trein, op de openbare weg, in de centra van de grote steden… Iedereen is nu bang – arm en rijk, ongeacht kleur, al ben ik me ervan bewust dat vooral blanken klagen én de zwarte armen die in de kwetsbaarste buurten wonen.
Waarom leg ik de nadruk op al die angst en geweld? Om te choqueren? Ik zou positieve ontwikkelingen kunnen aanstippen. Ik vertel het omdat er een racistische ondertoon in al die angstverhalen zit – en die toon bespeur ik ook bij mijzelf. Hadden we niet heimelijk verwacht dat de overgang van apartheid naar vrijheid er een van bloedvergieten en rampspoed zou zijn? En zie je wel: het gaat niet goed!
Was het vroeger eigenlijk niet beter? Zo’n politiek incorrecte vraag mag je nu hardop stellen. Je hoort niet anders – hier, en onder de blanken in Zuid-Afrika. Nog even en het populaire politiek incorrecte is weer politiek correct.
Geen zinnig mens wil terug naar de tijd van paswetten en een stemloze meerderheid. De materiele rijkdom voor de zwarte bevolking is zichtbaar toegenomen – als blijft het werkloosheidspercentage boven de dertig procent.
Er is veel geleden voor gelijke rechten in Zuid-Afrika. Maar toch niet om corrupte leiders aan de macht te brengen? Of om minderheden te discrimineren? Het zijn de bittere vragen die blank en bruin en zwart zich nu stellen. Was de eerste generatie zwarte bestuurders nog goed geschoold, thans is de vraag naar leidinggevend kader zo explosief toegenomen dat steeds meer slecht opgeleiden naar boven dobberen. En hoe: een derde van de gekozenen in gemeenteraden heeft moeite met lezen en schrijven.
Het land is in een overgangsfase – de overgang van een onvrije naar een vrije samenleving, waarbij de grenzen van het betamelijke brutaal worden afgetast. Na de kooi, de jungle. Zuid-Afrika gaat een riskante tijd tegemoet. Nieuwe populistische leiders zijn opgestaan, die net als elders in de wereld de angst voor een in veler ogen te snel veranderende wereld uitbuiten door een beroep te doen op traditionalistische en fundamentalistische sentimenten. Onderwijl nemen de gigantische sociale problemen alleen maar toe. Niemand weet welke kant Zuid-Afrika op zal gaan. Bergafwaarts is een reële mogelijkheid.
De rotte kern ligt vooral in de Zuid-Afrikaanse politiek, in een bevrijdingsbeweging die moeite heeft een regeringspartij te worden. Voorbeelden van vriendjespolitiek en corruptie binnen het ANC zijn legio. Ook dat hoort bij de overgangsfase.
Maar al vallen de gaten in de weg omdat de verantwoordelijke wethouder het geld voor onderhoud en reparatie in zijn zak stak, al worden er oliekoekendomme ministers benoemd, al houden corrupte partijleden elkaar de hand boven het hoofd… je kunt als Zuid-Afrikaans burger wel kiezen voor verbetering. De bevolking is vrij. Vrij om het verval te accepteren. Vrij om het te bestrijden.
Opnieuw verzetten mensen in Zuid-Afrika zich tegen een heersende partij. Schrijvers en intellectuele voorlieden die destijds hun stem verhieven, voeren nu wederom oppositie. Nog sterker is het koor van kritische zwarte denkers, vakbonden en maatschappelijke bewegingen als de Treatment Action Campaign. Het is een hoopgevend teken dat de media uitgebreid over misstanden in eigen land berichten. En als dat niet meer kan, omdat de Zuid-Afrikaanse regering slecht nieuws verbiedt, dan is het aan ons om die censuur te bestrijden.
Niks afstand. Hier past geen cynische distantie - die op het ogenblik in ons land zo in de mode is - maar steun en waakzaamheid. Betrokkenheid! Ook al is het voor ons pure luxe. Juist daarom. Nederland heeft om historische redenen altijd een sterke band met Zuid-Afrika gehad. Van pro-Afrikaner tijdens de Boerenoorlogen tot anti-Afrikaner tijdens apartheid. Nu het land werkelijk onderdeel van Afrika is geworden mogen we het niet loslaten – ook al omdat er zoveel Afrika in onze westerse samenleving aanwezig is.
De globalisering heeft de wereld kleiner gemaakt, en tegelijkertijd de onderlinge afhankelijkheid groter. Noord en Zuid ontmoeten elkaar steeds meer aan de onderhandelingstafels. Zuid-Afrika is een sociaal laboratorium vol processen die ook in Europa aan de gang zijn. Onze grote Europese hoofdsteden verschieten zichtbaar van kleur. Andere culturen treden naar voren. Andere ideeën over recht, geloof en schoonheid. Spannende discussies wachten ons. Een tijd om niet weg te kijken. Een machtige tijd. Je kunt natuurlijk vluchten in berusting, onverschilligheid en wanhoop, maar mij rest slechts één keuze: engagement.