Het grote verlangen in Stadsliefde

Straks haal ik haar op: de vrouw met wie ik het liefst door Parijs wandel. Dan gaan we al die dingen doen die we altijd doen: eerst het glas champagne thuis, de toastjes zalm, en dan lopen we naar ons’ meneertje’, een Vietnamees in de Marais waar we al twintig jaar komen.’ De eerste zinnen van Stadsliefde. Scènes in Parijs staan volgens Wilma de Rek in haar artikel ‘Grote wens’ in de Volkskrant  ‘bol van verlangen. Verlangen naar straks, als zij er is en haar aanwezigheid de stad kleurt waar hij woont. Normaal sjouwt hij in zijn eentje door de straten, ‘eenling te midden van vreemden, een toestand die draaglijk is omdat kijken naar mensen me nooit verveelt’: maar straks komt zij. En niet alleen kleurt ze de stad, ook geeft ze met terugwerkende kracht inhoud aan de stappen die hij zonder haar in Parijs heeft gezet.' Alles wat ik tijdens die wandelingen alleen ontdek, zal ik later met haar delen. Zo verdubbel ik de lol en vergroten we het kleine. Parijs is ons samenspel