Nieuws

Adriaan van Dis wint Constantijn Huygens-prijs 2015

De Jan Campert-Stichting heeft de jaarlijkse Constantijn Huygens-prijs 2015 toegekend aan Adriaan van Dis voor zijn hele oeuvre. De prijsuitreiking vindt plaats tijdens het Schrijversfeest, de afsluiting van het internationaal literatuurfestival Writers Unlimited / Winternachten op zondagmiddag 17 januari 2016 in het Theater aan het Spui in Den Haag.
Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van € 10.000 verbonden. Eerdere recente laureaten zijn: Mensje van Keulen (2014), Tom Lanoye (2013), Joke van Leeuwen (2012) en A.F.Th. van der Heijden (2011). Van de jury maakten deel uit: Erica van Boven, Jeroen Dera, Yra van Dijk, Arjen Fortuin, Aad Meinderts (voorzitter), Jan de Roder, Carl De Strycker en Maria Vlaar.

 

De rede van Job Cohen die hij hield bij de uitreiking van de Constantijn Huygensprijs 2015:

“Moeder heeft een vals gebit en kan door het kamp slecht bijten, schuld van de jap, pijnlijke lach -oorlogje, oorlogje, elke dag.

Bij vader zit een steekje los, hij telt in het donker zijn doden, zesduizend man in één slag –

oorlogje, oorlogje, elke dag.

Sporen van moffen in het duin, bunkers en roestige mijnen, Sperrgebiet und Bombenkrach –

oorlogje, oorlogje, elke dag.

En de joden van de Elzenlaan dragen ’n nummer op hun arm, iets waar je nooit naar vragen mag –

oorlogje, oorlogje, elke dag.

Ook voor dat joch om de hoek, wiens foute vader aan het Oostfront lag –

oorlogje, oorlogje, elke dag.

In razende dennen hoor ik Russische tanks, en ik pis de angst in mijn bed – oorlogje, oorlogje, elke dag – held van het kleuterverzet.”

In deze passage uit “Ik kom terug”, misschien wel Adriaans mooiste boek, ligt een essentiële sleutel van zijn leven, en dus van zijn schrijverschap. Nee, Adriaan heeft de oorlog zelf niet meegemaakt, maar veel van zijn boeken zijn ervan doortrokken. Hij probeert zich daarin te verhouden tot zijn ouders, die ieder op een eigen manier, zó door die oorlog getroffen zijn – met een onontkoombare weerslag op zijn jeugd. Zoals hij zijn er zovelen, die tot op de dag van vandaag de naweeën van een oorlog voelen, ook als die al een mensenleven geleden gewoed heeft. Nee, die oorlog is niet voorbij, zoals al die oorlogen die nu woeden, nog generaties zullen beïnvloeden. En ja, tot literatuur leiden, tot indringende boeken, schitterend geschreven, zoals grote schrijvers dat kunnen.

Adriaan van Dis is één van hen. Zijn kracht ligt niet alleen in prachtig woordgebruik, maar ook in zijn manier van kijken, de kijk van een betrokken buitenstaander: hij beziet van een afstand de wereld waar hij zelf (net) geen deel van uitmaakt. Hij beziet dat met compassie, en met een volstrekte eerlijkheid ten opzichte van zichzelf. Daarom zei ik zoëven dat hij zich probeert te verhouden tot zijn ouders: hij rekent niet met ze af noch met zijn eigen jeugd, maar hij probeert te begrijpen. Zoals hij ook met het andere grote thema van onze tijd probeert om te gaan: de verhouding tussen verschillende culturen, de schurende problematiek van integratie, apartheid en de naweeën ervan in Zuid-Afrika, al die verschillende werelden in Parijs. Kijken en beschrijven, proberen te begrijpen. Dat kan hij als geen ander, misschien wel omdat hij weet wat het is om tussen verschillende culturen in te staan. Zich niet thuis voelen in ’t Gooi, maar wel Goois spreken – om indisch accent te verbergen. Voortdurend op zoek naar … Ja, waarnaar?

Misschien is dat wel de kern, op zoek naar begrijpen, wat iets anders is dan begrip. Ligt daar ook het succes van Hier is… Adriaan van Dis? Ook ik heb daar indertijd, zoals zovelen, met graagte naar zitten kijken, meegesleept door die man die zijn gasten zo tot hun recht liet komen, ook als dat recht behoorlijk vilein was; denk aan de vraaggesprekken met Willem Oltmans en W.F. Hermans. Maar ook de gesprekken met whizkid Daniël van der Velden, met Gore Vidal, met de Dalai Lama, met Astrid Lindgren, met Renate Rubenstein, toen voor het eerst moeilijk lopend als gevolg van haar MS, met…, ja met wie niet?

Een erudiete man – die erom moest lachen toen hij een gecoiffeerde flapdrol werd genoemd, te deftig en te elitair, een ijdele corpsbal in rare jasjes van de roeivereniging. Dat van die jasjes klopte trouwens wel. Een erudiete man, die zelf zoveel te danken heeft aan literatuur. “Literatuur”, zei hij in ‘Op de televisie, herinneringen aan een boekenprogramma’, terecht opgedragen aan Arend Jan Heerma van Voss, “literatuur kan behalve ontspannen ook activeren. Onrust zaaien. Met een beetje geluk laat een goed boek je anders naar de wereld kijken. Wapent je tegen al die klootzakken om je heen. Of overschat ik het nu toch? Nee, het is de eeuwige scholier in mij die zo praat, toen – prachtige formulering – de fluistering van een boek op mij nog het effect had van een megafoon. Zonder Bordewijks Karakter zou ik na de mulo niet naar de hbs zijn gegaan. Dankzij Flauberts Leerschool der liefde, waarin de rol van de journalist als lakei van de macht genadeloos werd ontleed, ontsnapte ik tijdig aan de journalistiek. Boeken die een versnelling aan mijn leven gaven.”

Zulke boeken heb je nu zelf geschreven, Adriaan. En ik vind het geweldig dat de erkenning daarvan vorm krijgt in de toekenning van de Constantijn Huygens Prijs. En nu is het mij een groot genoegen dat ik een cadeautje voor Adriaan mag aankondigen: Typhoon gaat op zijn geheel eigen wijze een gedicht van Adriaan vorm geven.

 

 

 

Tags:

Show Comments (0)